» » Waar slaapt het licht als het moe is?

Waar slaapt het licht als het moe is?

Geplaatst in: Nieuws | 0

Home of the Light – Blog 1

Op 15, 16, 22 en 23 december geeft Kamerkoor JIP concerten over de viering van de geboorte van het licht in de duisternis, met muziek van louter vrouwelijke componisten, samen met celliste Emma Kroon en beeldend kunstenaar Barbara Ilse Petzold Horna. In twaalf blogs onderzoekt dirigent Imre Ploeg wat de abstracte wereld van de nacht, de kwaliteiten van midwinter en kerst en vrouwelijkheid voor hem betekenen, en reageert hij op de teksten die klinken in de muziek.

Ik neem je mee naar een droom die ik had op de eerste dag van augustus, enkele maanden geleden. Ik word wakker in een verduisterde kamer in het zuiden van Frankrijk, om kwart over zes in de ochtend. Ik word wakker met een droom. Kamerkoor JIP is op het strand. Ik loop door eindeloze tunnels. En dan bedoel ik van die kleine, fel gekleurde, ronde, plastic tunnels die gemaakt worden voor kinderen. Ik loop, ik ren over de eindeloze horizon van het strand en bedenk me hoe gek de vorm van een strand eigenlijk is. Zo direct en kordaat als het strand wordt afgesneden links en rechts van me, links door de zee en rechts door de eerste duin, zo uitgestrekt verdwijnt het zand van het strand richting het noorden. En ik ren. Ik ren door tunnels, springend en vallend, met aan het eind van de tunnel de mens.

Ik ren door eindeloze treinen, met links van me en rechts van me de langzaam verkleurende landschappen, maar voor me het verdwijnende perspectief van de trein richting het noorden. Wie is de mens aan die andere zijde, die voor altijd andere zijde blijft? Welk een silhouet is dat in het noorden, waar ik zo naar verlang?

© http://www.barbarailse.com/

De diepe verlangens en het diepste wezen van de mens lijken als het silhouet aan het eind van de kindertunnel. Ik ren er een leven lang naar toe en kom nooit dichterbij. Toch zie ik af en toe hoe die verschijning, aan de andere kant van de werkelijkheid, aan de achterkant van de dag van mijn leven, verschijnt. En zo ben ik in contact en ontstaat langzaam, door jaren heen en door levens heen en door brieven heen van jonge mensen en door klanken heen van Kamerkoor JIP… een eerste beeld van die andere kant daar op het strand. Het is een vrouw.

De vrouw in de nacht. De vrouw in de abstracte wereld van wat niet stoffelijk is en misschien niet eens geslachtelijk. Ja die vrouw in de nacht van wat ik mijn dag noem. Het huis van licht in duisternis.

Waar slaapt het licht als het moe is?

Op 30 juli 2017 kwamen mijn vrienden en ik in de late avond aan bij het vakantiehuisje in Zuid-Frankrijk. Na een lange autoreis, waarbij we links en rechts de landschappen langzaam veranderden, maar voor ons uit het asfalt zich oneindig bleef vermenigvuldigen en uitrollen, als een soort gigantische rode loper voor dagelijkse, onberoemde mensen. Afijn, toen we aangekomen waren tussen de zonnebloemvelden, de vijgenbomen en de cicade-volkeren, trokken we, om de victorie van de reis kracht bij te zetten, een bescheiden fles wijn open. Na een uurtje verdween iedereen naar bed. Ik bleef zitten tot de laatste deur van het huis zich dicht had getrokken, zodat ik alleen kon zijn met twee behoeften. De eerste behoefte was om een sigaret op te steken; heerlijk om zo stiekem te zondigen. De tweede behoefte was om zo lang en zo diep mogelijk naar de hemel te kijken.

Ik lig uitgestrekt en alleen op het verlaten en door de nacht bekoelde gras, met mijn benen en armen weid uitgespreid. Boven mij zie ik de volheid van de Melkweg. Ik denk aan de tunnel van het strand, aan de trein zonder einde, aan de snelweg als een eeuwige rode loper voor onbekende mensen. Onder mijn rug zweeft de aarde. De aarde is ook maar eeuwig alleen in die zich uitstrekkende nacht van het universum… zo pieker ik lichtvoetig.

Veel mensen raken lichtjes in paniek als ze zo naar boven kijken. Als ze te lang blijven staren naar al die sterren, naar al die zonnestelsels en vooral naar die almaar uitdijende duisternis. Maar zoals Karin Rehnqvist ook verklankt in het lied ‘Var inte rädd för mörkret’: wees niet bang voor de duisternis. Het is het huis van het licht. Ik lig daar op het platgemaaide gras en ben niet bang maar verlang naar die andere wereld daar in de sterren. De wereld van de vrouw aan het einde van de gekleurde speelgoedtunnel.

En in het gedicht van Erik Blomberg, op muziek gezet door Rehnqvist, klinken de ogen van alle zangers in dit project. In hun lichte irisring zit een donkere pupil. In dit project proberen we te zoeken naar de binnenkant van onze ogen, hoe zeker we ook weten dat we die niet kunnen zien. Meestal verhouden we ons met de buitenkant van de dingen. We verhouden ons met dat wat we kunnen zien en horen tasten voelen ruiken zien en bespreken. Met Kamerkoor JIP zingen we over die buitenkant. Over de volkeren en verhalen uit voormalig Joegoslavië, over de melancholie uit het Midden Oosten, over de volkeren in de Baltische Staten. En als zangers verbinden we ons met de buitenkant van elkaar. We leren elkaar kennen in wat we kunnen zien horen voelen ruiken proeven tasten van iemand anders. Maar wat is de binnenkant van de dingen? Zit liefde aan de buitenkant of aan de binnenkant?

Tijdens de eerste repetitie van Home of the Light zingen we vier liederen over de binnenkant van de dingen. De eerste zinnen van de liederen zijn als volgt:

De avond is stil, de uren vallen geluidloos door oneindige ruimte.
In de glinsterende winternacht breidt de liefde zich uit, vanuit ongeziene, eindeloze werelden, in een klein kind.
Wees niet bang voor de duisternis, het is het huis van het licht.
Ik huil niet om de doden.

Met alle zangers onderzoeken we het intreden van de winter. Gedurende het repetitieproces wordt het iedere week weer donkerder, richting de winterzonnewende. Samen onderzoeken we de nacht. Wat is toch dat mysterie van onze dromen? We onderzoeken Maria en we onderzoeken wat vrouwelijkheid betekent en wat het niet betekent en we onderzoeken de geboorte van…. ja de geboorte van wat eigenlijk?

Imre Ploeg, een van de dirigenten van Kamerkoor JIP